3/6

‘We bouwen geen aantallen, maar leefomgevingen voor mensen'

Mariëlle Hoefsloot, directeur Federatie Ruimtelijke Kwaliteit

6 minuten leestijd

14 juli 2026

Volgens Mariëlle Hoefsloot, directeur van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit, dreigt Nederland een fundamentele fout te maken in de woningbouwopgave. “We denken nog te vaak dat versnellen vooral gaat over minder regels en sneller bouwen. Maar woningen zijn geen eindproducten. Mensen moeten er wonen, leven, zich thuis voelen. Als je dat vergeet, verlies je uiteindelijk ook het draagvlak.”

Binnen het Innovatie- en Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP) brengt de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit daarom nadrukkelijk een ander perspectief in. Niet alleen de aantallen centraal, maar juist de kwaliteit van de leefomgeving. Of zoals Hoefsloot het zelf noemt: “het verhaal van de plek.” Een verhaal dat volgens haar veel verder gaat dan architectuur alleen. Het gaat over identiteit, herkenbaarheid en verbondenheid. “Mensen willen niet alleen een dak boven hun hoofd. Ze willen ergens wortel kunnen schieten. Een plek herkennen als hún plek.”

Mariëlle Hoefsloot, directeur Federatie Ruimtelijke Kwaliteit

Zorgen

Hoefsloot maakt zich zorgen over wat zij noemt “het verdrietige Nederland”. Een samenleving waarin steeds meer mensen het gevoel hebben de grip kwijt te raken op hun leefomgeving. “Veel weerstand die je nu vaak rondom ruimtelijke ontwikkelingen ziet, gaat uiteindelijk over een gevoel van ontheemding,” zegt ze. “Mensen herkennen hun omgeving niet meer. Ze voelen zich niet meer betrokken bij wat er gebeurt. En dan haken ze af.”

Juist daarom vindt ze het gevaarlijk om woningbouw uitsluitend als een productieopgave te benaderen. “Natuurlijk moeten er veel woningen bij. Maar alleen aantallen bouwen, gaat dat gevoel van betrokkenheid echt niet herstellen. Daarvoor moet je ook investeren in kwaliteit, dialoog en herkenbaarheid.”

Dat vraagt volgens haar om een andere manier van kijken naar gebiedsontwikkeling. Niet beginnen met systemen of standaardproducten, maar met de vragen: wat is dit voor plek? Wie wonen hier? Welke geschiedenis, cultuur en identiteit horen hierbij? “Het verhaal van de plek ontstaat niet achter een bureau. Dat verhaal maak je samen met bewoners, gebruikers, ontwerpers, corporaties, ontwikkelaars en overheden.”

Mensen willen niet alleen een dak boven hun hoofd. Ze willen ergens wortel kunnen schieten

Actieve rol

Binnen het IOP speelt de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit een actieve rol in Programmalijn 1, gericht op industrieel en conceptueel bouwen. En juist daar wringt het volgens Hoefsloot soms nog. “Industrieel bouwen wordt nog te vaak gezien als een bedreiging voor ruimtelijke kwaliteit. Dat beeld begint gelukkig te kantelen, maar de weerstand is er wel degelijk nog.”

Volgens haar heeft dat ook een oorzaak. Zo zijn bijvoorbeeld sommige bouwstromen gestart vanuit systemen en productiecapaciteit, zonder voldoende aansluiting op lokale wensen en gebiedskwaliteiten. “Corporaties kwamen soms bij gemeenten met de boodschap: we hebben dit systeem ingekocht, dus dat moet hier landen. Maar gemeenten hadden samen met bewoners al een ander beeld ontwikkeld van die plek. En dan ontstaat weerstand.”

Toch ziet Hoefsloot juist enorme kansen voor industrieel bouwen. Mits kwaliteit vanaf het begin onderdeel is van het proces. “Voor vrijwel iedere plek is inmiddels een passend concept te vinden. De ontwikkeling gaat ontzettend snel. Systemen worden adaptiever, gevarieerder en slimmer. Maar dan moet je wél het gesprek voeren over kwaliteit en identiteit.”

Van plek naar leefomgeving

Opschalen werkt pas wanneer de plek, bewoners en ontwerpkwaliteit in hetzelfde gesprek zitten.

Verhaal van de plek
Bewoners en gebruikers
Ruimtelijke kwaliteit
Industrieel concept
Herkenbare buurt

Volgens haar ligt daar dan ook precies de kracht van het IOP: partijen leren steeds beter begrijpen dat opschalen alleen werkt als ook gemeenten, ontwerpers en bewoners zich herkennen in het eindresultaat.

Werkplaatsen

Een belangrijk instrument daarin zijn de Werkplaatsen Industriële en Conceptuele Woningbouw, die vanuit Platform Ontwerp NL worden georganiseerd in samenwerking met het IOP. De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit speelt daarin een belangrijke rol.

De werkplaatsen trekken door het hele land en brengen gemeenten, corporaties, ontwerpers, bouwers, ontwikkelaars en kwaliteitsadviseurs samen rondom concrete gebiedscasussen. “We bespreken echte locaties,” vertelt Hoefsloot. “Dus niet abstract praten over industrialisatie, maar kijken: wat betekent dit hier? Wat vraagt deze plek? Welke kwaliteit willen we bereiken? En hoe kan industrieel bouwen daar juist aan bijdragen?”

Werkplaats: van weerstand naar draagvlak

Echte locaties brengen partijen uit hun eigen kolom en maken kwaliteit vroeg bespreekbaar.

Gebiedscasus
Gemeente
Corporatie
Ontwerper
Bouwer
Bewoners

Volgens haar gebeurt er tijdens die bijeenkomsten iets bijzonders. “Normaal gesproken praten al die partijen nauwelijks echt met elkaar. In de werkplaatsen gebeurt dat wel. Daar ontstaan vervolgens nieuwe coalities, nieuwe inzichten, begrip voor elkaar en ook meer draagvlak.” En dat laatste is, zo benadrukt zij, cruciaal. “Versnellen lukt niet door kwaliteit weg te organiseren. Het lukt juist door kwaliteit vroeg centraal te zetten. Dan voorkom je vertraging, bezwaarprocedures en weerstand later in het proces.”

Versnellen lukt niet door kwaliteit weg te organiseren

Groningen

Groningen is een voorbeeld waar Hoefsloot heel enthousiast over is. Daar hebben gemeente en corporaties afspraken gemaakt om bij projecten vanaf vijftig woningen in principe industrieel of conceptueel te bouwen. Mits passend bij het verhaal van de plek. “Die ‘ja, mits’-benadering is ontzettend sterk,” zegt ze. “Want daarmee verplicht je jezelf om helder te maken wat kwaliteit voor die plek betekent. Niet zomaar ‘nee’ zeggen tegen industrialisatie, maar samen onderzoeken hoe het wél kan.” Volgens haar helpt dat zowel gemeenten als bouwers. “Bouwers krijgen duidelijkheid over de kwaliteitsambities. Gemeenten krijgen meer grip op de ruimtelijke kwaliteit. En ondertussen ontstaan er steeds betere concepten.”

Binnen de werkplaatsen worden dit soort voorbeelden actief gedeeld met andere regio’s en gemeenten. “Je ziet dat het denken langzaam verandert. Gemeenten raken minder argwanend. Bouwers begrijpen beter waarom het verhaal van de plek belangrijk is. Dat is precies de cultuurverandering die nodig is.”

Bouwcultuur

Ze gebruikt vaak de term ‘bouwcultuur’. Daarmee bedoelt Mariëlle Hoefsloot een manier van samenwerken waarin niet één partij centraal staat, maar de gezamenlijke maatschappelijke opgave. “In Nederland zijn we gewend dat de overheid zich alleen verantwoordelijk voelt voor die opgave. Maar dat werkt niet meer. We moeten naar een cultuur waarin overheid, corporaties, ontwikkelaars, bouwers, ontwerpers én toekomstige bewoners samen verantwoordelijkheid nemen.”

Daarbij hoort volgens haar ook een andere kijk op regelgeving. Zo is ze uitermate kritisch op het idee dat deregulering automatisch leidt tot versnelling. “Er wordt geen woning extra gebouwd puur door regels weg te halen,” zegt ze stellig. “Sterker nog: soms leidt focus op snelheid juist tot meer weerstand en vertraging.” Dat betekent overigens niet dat regels niet slimmer kunnen. Integendeel. Maar volgens Hoefsloot gaat het vooral om betere keuzes maken per gebied. “Welke kwaliteit vinden we hier belangrijk? Wat willen we behouden? Waar zit ruimte? Dat vraagt om duidelijke kaders én om dialoog.”

Traditioneel of industrieel

Waar ze zich ook heftig tegen verzet is de tegenstelling tussen traditioneel en industrieel bouwen. Volgens haar heeft Nederland alles nodig. “We moeten stoppen met denken in óf-óf. We hebben industriële bouw nodig, maar ook traditionele bouw en transformatie. En zelfs dan wordt het nog lastig om alle opgaven aan te kunnen.” Het echte vraagstuk zit volgens haar niet alleen in techniek, maar in samenwerking, vertrouwen en lange termijn denken. “De woningbouwopgave gaat uiteindelijk over de vraag: wat voor samenleving willen we zijn? Wat voor plekken willen we nalaten?”

We moeten stoppen met denken in óf-óf

Als Hoefsloot vooruitkijkt, hoopt ze vooral dat Nederland weer een land wordt waarin mensen zich verbonden voelen met hun omgeving. “Ik hoop dat we over een paar jaar kunnen zeggen: we hebben niet alleen woningen gebouwd, maar ook gewerkt aan vertrouwen, betrokkenheid en kwaliteit.” Daarin ziet ze een belangrijke rol voor het IOP en voor de samenwerking die daar ontstaat. “Wanneer we kwaliteit centraal durven zetten, ontstaat er iets veel groters dan alleen versnelling. Dan bouwen we namelijk aan plekken waar mensen weer trots op kunnen zijn.”