2/6

‘We moeten stoppen met doen alsof snelheid en kwaliteit tegenover elkaar staan’

Daan Vanhouten, coördinator Programmalijn 1

6 minuten leestijd

14 juli 2026

De woningbouwopgave in Nederland wordt vaak teruggebracht tot één vraag: hoe bouwen we sneller meer woningen? Volgens Daan Vanhouten, coördinator van Programmalijn 1, Industrieel & Conceptueel Bouwen, binnen het Innovatie- en Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP), is dat begrijpelijk, maar ook te beperkt. “Uiteindelijk gaat het niet alleen over woningen bouwen, maar over hoe mensen straks samenleven en zich ergens thuis voelen.” Een interview over de noodzaak van industrieel bouwen, de rol van digitalisering, het belang van samenwerking én waarom de discussie over snelheid versus kwaliteit langzaam aan het kantelen is.

Wat wil je met Programmalijn 1 bereiken?

“Dat de bouwsector klaar is om de woningbouwopgave van nu én van de toekomst te realiseren. En dan bedoel ik eigenlijk twee dingen die altijd samen genoemd moeten worden: voldoende woningen bouwen én zorgen dat het fijne, leefbare plekken zijn. Dat tweede blijft naar mijn idee in de discussie soms een beetje onderbelicht. We praten veel over aantallen, maar uiteindelijk bouwen we voor mensen. Voor hoe mensen straks samenleven. Hoe ouderen zelfstandig kunnen blijven wonen. Hoe we omgaan met eenzaamheid. Hoe buurten functioneren. Dat zijn minstens zulke belangrijke vragen.”

Dus het gaat nadrukkelijk verder dan alleen productie draaien?

“Ja, absoluut. Kijk, als we alleen maar aantallen halen, maar mensen wonen straks op plekken waar ze zich niet prettig voelen, dan hebben we ons doel uiteindelijk niet bereikt. Andersom geldt hetzelfde: als we alleen maar naar kwaliteit kijken en we bouwen te weinig woningen, dan blijven we deze crisis houden. Die twee doelen zijn dus nevengeschikt. Het één kan niet zonder het ander.”

Snelheid en kwaliteit als vliegwiel

De versnelling ontstaat wanneer industrialisatie, digitalisering en ontwerpkwaliteit tegelijk bewegen.

Industrieel bouwen
Digitale planvorming
Snellere besluiten
Betere leefplekken

Tegelijkertijd lijkt de discussie vaak te gaan over snelheid versus kwaliteit. Zie jij dat ook zo?

“Nou, ik zie juist dat dat verschil langzaam kleiner wordt. Mensen die vooral bezig waren met versnellen, zien inmiddels ook dat het zonder kwaliteit niet werkt. En ontwerpers en kwaliteitsadviseurs begrijpen tegelijkertijd steeds beter dat snelheid gewoon noodzakelijk is. Dus die werelden groeien langzaam naar elkaar toe.”

Dat klinkt hoopvol.

“Ja, want uiteindelijk moeten we leren begrijpen dat we elkaar nodig hebben. Verschillende partijen gebruiken soms andere woorden of werken vanuit een ander perspectief, maar uiteindelijk werken ze vaak aan hetzelfde doel. Dat vertrouwen in elkaar is ontzettend belangrijk.”

‘We kunnen niet blijven bouwen zoals we altijd deden’

Waarom is juist nú die versnelling richting industrieel en conceptueel bouwen nodig?

“Omdat het ons nu al niet lukt om voldoende woningen te bouwen. En tegelijkertijd weten we dat de concurrentie op arbeid alleen maar groter wordt. We hebben minder mensen beschikbaar, terwijl de maatschappelijke opgaven juist toenemen. Dan kun je eigenlijk niet anders dan veel slimmer gaan bouwen.”

Toch merk je nog steeds terughoudendheid rondom industrialisatie.

“Ja, koplopers moeten vaak ontzettend lang bewijzen dat iets werkt voordat het echt breed wordt omarmd. Terwijl je ondertussen ziet dat vrijwel alle grote bouwbedrijven inmiddels bezig zijn met prefab, fabrieken, maakpartners of industriële concepten. Dus die beweging is echt al volop bezig.”

Waar zit volgens jou de grootste uitdaging?

“Niet eens alleen in de techniek. De grootste verandering zit denk ik in samenwerking. We zijn eigenlijk bezig om de hele keten opnieuw te organiseren. Als een ontwikkelaar vroeger zelf woningconcepten maakte en nu een concept inkoopt, dan verschuiven rollen. Nieuwe ketens moeten zich vormen. Gemeenten, corporaties, ontwerpers, bouwers: iedereen moet eigenlijk opnieuw leren hoe je gezamenlijk ontwikkelt.”

Is dat ook waarom bouwstromen en werkplaatsen zo belangrijk zijn?

“Ja, precies. Dat soort trajecten helpen enorm om anders te leren samenwerken. Niet meer allemaal achter elkaar werken met losse go/no-go momenten, maar veel eerder samen aan tafel zitten. Daar zit volgens mij echt de sleutel.”

“Digitalisering gaat veel sneller dan mensen denken”

Wat heeft jou tot nu toe binnen het IOP het meest verrast?

Bijna zonder na te denken zegt Vanhouten: “De snelheid waarmee digitalisering zich ontwikkelt. Dat vind ik echt fascinerend. Een paar jaar geleden werkte je nog met vrij simpele modellen. Nu zie je complete digitale tweelingen ontstaan waarin alle partijen naar dezelfde werkelijkheid kijken.”

Wat verandert dat concreet?

“Je kunt veel eerder in het proces belangrijke keuzes maken. Wat betekent een extra bouwlaag voor mobiliteit, voor omwonenden, voor de businesscase of voor de veiligheid? Iedereen kijkt naar dezelfde informatie. Dat helpt enorm om sneller én beter beslissingen te nemen.”

Digitale tweeling als besluitentafel

Eén gedeeld model maakt keuzes eerder zichtbaar: extra bouwlagen, mobiliteit, kosten en veiligheid komen in dezelfde werkelijkheid samen.

Mobiliteit
Businesscase
Omgeving
Veiligheid

Gedeeld model

Alle partijen kijken naar dezelfde data

Sneller kiezen
Minder herstelwerk
Beter passend concept

Jij ziet digitalisering dus echt als versneller van industrialisatie?

“Ja, absoluut. Als je vroegtijdig digitaal samenwerkt en de juiste mensen aan tafel hebt, dan kunnen industriële concepten ook veel beter aansluiten op de plek en de vraag die daar ligt.”

“Industrieel bouwen wordt gewoon mainstream”

Hoe ziet de woningbouwsector eruit als Programmalijn 1 echt slaagt?

“Ik denk dat conceptueel en industrieel bouwen dan gewoon mainstream is geworden. Niet omdat iedereen dat per se wil, maar omdat het noodzakelijk is om de opgave aan te kunnen. Prefab elementen en industriële woningen worden dan veel normaler.”

Betekent dat ook het einde van traditionele bouwers?

“Ik begrijp dat sommige regionale bouwers zich afvragen wat hun toekomst nog is in een steeds verder industrialiserende sector. Ik snap die zorg, maar ik denk echt niet dat er straks geen plek meer is voor traditionele bouwers. We gaan iedere timmerman, loodgieter en werkvoorbereider de komende twintig jaar nog keihard nodig hebben. Alleen misschien niet meer op precies dezelfde manier als nu.” Na een korte stilte voegt hij er aan toe: “De echte vraag die bedrijven zichzelf moeten stellen is: waar voeg ik straks nog de meeste waarde toe? Dat gesprek moet iedereen in de sector voeren.”

Waar moeten de komende jaren de belangrijkste stappen worden gezet?

“We moeten veel verder met de digitalisering van het planproces. Daar zit echt enorm veel winst. Daarnaast moeten we industriële woningbouw verder opschalen en doorontwikkelen. We zien nu bijvoorbeeld dat veel fabrieken begonnen zijn met grondgebonden woningen. Maar als je kijkt naar de toekomst en de ruimtedruk in Nederland, dan zullen we ook steeds meer gestapeld moeten bouwen.”

Dus de ontwikkeling stopt voorlopig nog niet?

“Nee, zeker niet. We staan eigenlijk nog maar aan het begin. De concepten worden slimmer, adaptiever en beter afgestemd op maatschappelijke vraagstukken zoals zorg, ontmoeting en leefbaarheid.”

“Steeds meer partijen begrijpen dat industrialisatie geen niche meer is”

Ben je optimistisch over de richting waarin de sector beweegt?

“Ja, eigenlijk wel. Je ziet dat bouwstromen volwassen worden, gemeenten anders gaan kijken naar industrialisatie en dat steeds meer partijen begrijpen dat dit geen niche meer is. Maar we zitten wel midden in een enorme cultuurverandering. Nieuwe processen, nieuwe samenwerkingen, nieuwe manieren van denken. Dat verander je niet in één of twee jaar.”

En toch heb je het gevoel dat de beweging onomkeerbaar is?

“Ja, absoluut. Met elk project verleggen we weer een grens. En iedere stap brengt ons dichter bij een woningbouwsector die sneller, slimmer én beter bouwt.”