6/6

‘De woningbouw versnellen begint met slimmer samenwerken’

Sander Woertman, programmaleider Lente-Akkoord 2.0

6 minuten leestijd

14 juli 2026

Iedereen is het erover eens dat de woningbouw sneller moet. Maar hoe organiseer je die versnelling? Volgens Sander Woertman, programmaleider van het Lente-Akkoord 2.0, ligt het antwoord niet alleen in nieuwe bouwmethoden of innovatieve producten. Minstens zo belangrijk is de manier waarop kennis wordt gedeeld, partijen samenwerken en goede voorbeelden hun weg vinden door de sector.

“Het IOP gaat voor mij niet alleen over nieuwe oplossingen ontwikkelen”, trapt Woertman het gesprek af. “Minstens zo belangrijk is de vraag hoe je ervoor zorgt dat al die kennis uiteindelijk ook terechtkomt bij de mensen die er morgen mee aan de slag moeten.” Daar ziet hij precies de rol van het Lente-Akkoord binnen Programmalijn 1 van het Innovatie- en Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP).

Het Lente-Akkoord is een initiatief van de zes grote brancheverenigingen uit de bouwsector en beschikt daardoor over een groot netwerk én een enorme hoeveelheid praktijkkennis. “Wij spreken dagelijks ontwikkelaars, bouwers, corporaties, leveranciers en beleggers. Daardoor weten we niet alleen wat er technisch mogelijk is, maar ook waar partijen in de praktijk tegenaan lopen. Die praktijkkennis kunnen we binnen het IOP verbinden met de beleidsmatige ambities.”

Volgens Woertman is dat misschien wel de grootste kracht van het programma. “Het IOP brengt steeds meer partijen bij elkaar. Niet alleen marktpartijen, maar ook gemeenten, kennisinstellingen en beleidsmakers. Daardoor ontstaan gesprekken die je normaal gesproken nauwelijks voert. Juist daar ontstaat de versnelling.”

Juist daar ontstaat de versnelling

Sander Woertman tijdens een rondleiding op een bouwplaats

De wat-vraag

Volgens Woertman wordt in de woningbouw nog veel te vaak gesproken over wat er moet gebeuren. “We hebben inmiddels behoorlijk scherp wat de opgave is. We weten dat we sneller moeten bouwen, duurzamer moeten bouwen en met minder mensen meer moeten realiseren. Maar veel minder aandacht gaat uit naar de vraag hóe we dat met elkaar gaan organiseren.”

En juist daar wil het Lente-Akkoord binnen het IOP een bijdrage aan leveren. “Welke kennis ontwikkel je? Hoe zorg je ervoor dat je binnen projecten en gebiedsontwikkelingen de juiste gesprekken voert, op het juiste moment met de juiste mensen aan tafel? Dat zijn misschien wel de belangrijkste vragen voor de komende jaren.”

Industrieel bouwen

Een ander onderwerp waar Woertman zich sterk voor maakt, is de manier waarop we naar industrieel bouwen kijken. Volgens hem wordt het begrip industrieel bouwen nog veel te smal uitgelegd. “Als je sommige beleidsstukken leest, lijkt industrieel bouwen vooral te betekenen dat complete woningen uit een fabriek komen en op locatie worden neergezet. Maar daarmee doe je een groot deel van de sector tekort.”

Industrialisatie als spectrum

Industrieel bouwen is breder dan complete woningen uit een fabriek: ook woonconcepten, 2D-elementen en modules tellen mee.

Niet één definitie

Een woning kan deels industrieel en deels traditioneel worden gebouwd.

2D-elementen
Trappenhuis
Badkamermodule
Keukenmodule
Woonconcept
Opschaling

Juist daarom pleit hij binnen het IOP voor een bredere definitie. “Als mensen zichzelf niet terugzien in de beleidsdefinitie van industrieel bouwen, dan doen ze ook niet mee. En dat is gevaarlijk, want we hebben de hele bouwsector nodig om te kunnen opschalen en versnellen. Ook partijen zonder woningbouwfabriek leveren een flinke bijdrage aan industrialisering van de bouw, bijvoorbeeld door in hun woonconcept gebruik te maken van 2D-elementen, of modules voor trappenhuis, badkamer of keuken.”

Als mensen zichzelf niet terugzien in de beleidsdefinitie van industrieel bouwen, dan doen ze ook niet mee

Samenwerking

Woertman ziet dat de samenwerking binnen Programmalijn 1 steeds intensiever wordt. Hij noemt de Werkplaatsen van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit als voorbeeld. “Die zijn ontzettend goed. Als we het netwerk van het Lente-Akkoord, het NCB en andere partners daar actiever aan koppelen, dan bereik je in één keer veel meer mensen en maak je de impact groter.”

Dat typeert volgens hem ook de rol van het Lente-Akkoord. “Wij hoeven niet overal zelf voorop te lopen. Als een ander een goed initiatief heeft, helpen wij graag om dat verder te brengen. Het gaat ons niet om zichtbaarheid van het Lente-Akkoord, maar om de transitie van de sector.”

Netwerken als versneller

De impact groeit wanneer bestaande netwerken aan goede initiatieven worden gekoppeld.

Gedeelde transitie
Lente-Akkoord
NCB
Werkplaatsen
Gemeenten
Corporaties
Bouwers

Overnemen

Een belangrijk thema binnen Programmalijn 1 is de ontwikkeling van nieuwe tools, handreikingen en methodieken. Maar volgens Woertman begint het echte werk pas daarna. “Er liggen al prachtige publicaties gemaakt. Zo heeft de Neprom bijvoorbeeld de intentieverklaring over CO₂-arm beton om zo de betonketen te verduurzamen. Daar staan onder andere standaardteksten in die opdrachtgevers letterlijk kunnen overnemen in hun uitvragen.”

Sander Woertman in gesprek op de bouwplaats

Toch merkt hij dat veel organisaties vervolgens opnieuw dezelfde vragen stellen. “Dat laat zien dat een publicatie maken niet genoeg is. De echte uitdaging is: hoe zorg je ervoor dat mensen die kennis ook daadwerkelijk gebruiken?” Volgens hem vraagt dat om een andere manier van communiceren. “Je moet mensen blijven voeden, voorbeelden laten zien, organisaties helpen en de juiste mensen binnen organisaties weten te bereiken. Dáár zit uiteindelijk de implementatie.”

Een publicatie maken is niet genoeg

Van publicatie naar gedrag

De implementatie begint pas nadat de publicatie klaar is: herhalen, helpen en toepassen maken het verschil.

Publiceren

Tools en handreikingen beschikbaar maken

Voeden

Voorbeelden en context blijven delen

Helpen

Organisaties praktisch ondersteunen

Gebruiken

Kennis laten landen in uitvragen en projecten

Anders samenwerken

Maar het zijn in zijn ogen niet alleen marktpartijen die moeten veranderen. Ook gemeenten staan volgens Woertman voor een grote opgave. “Veel gemeenten zijn nog sterk verkokerd georganiseerd. Wonen, duurzaamheid, mobiliteit en economie zitten allemaal in verschillende afdelingen. Terwijl de woningbouwopgave juist vraagt om één integrale aanpak.”

Volgens hem levert dat onnodige vertraging op. “Als iedere afdeling afzonderlijk naar een project kijkt, blijf je teruggaan naar de tekentafel. Pas als je integraal gaat samenwerken, kun je echt snelheid maken.”

Hoewel het IOP grote ambities kent, gelooft Woertman juist in de kracht van kleine initiatieven. “De beste samenwerking ontstaat vaak niet tijdens grote vergaderingen, maar met een simpel telefoontje of een appje. Zo zijn ook veel ideeën binnen het IOP ontstaan. Je leert elkaar kennen door samen iets te doen. Niet door eindeloos over samenwerking te praten, maar door gewoon te beginnen.”

Cruciaal

Voor de komende jaren ziet Woertman één ontwikkeling als cruciaal. Samen met onder meer De Bouwcampus en woningcorporatie Ymere werkt hij aan een raamwerk waarmee de mate van industrialisatie objectiever kan worden beoordeeld. “Ik geloof eigenlijk meer in zo’n gezamenlijk gesprekskader dan in een strakke definitie. Daarmee kun je met gemeenten, corporaties en bouwers veel beter kijken welke industriële oplossingen bij een specifieke locatie passen.”

En juist daar komt volgens hem alles samen. “Het verhaal van de plek, de ruimtelijke kwaliteit, de bouwmethode en de samenwerking. Uiteindelijk gaat het niet om één oplossing, maar om de juiste oplossing op de juiste plek.”

Volgens Woertman is dat precies waar het IOP naartoe werkt. “Als we erin slagen om al die kennis, ervaringen en partijen met elkaar te verbinden, dan gaan we de woningbouw niet alleen versnellen. Dan gaan we haar ook veel slimmer organiseren.”