Voor de woonfabriek geldt: flow is de sleutel

Prefab kan de bouwcapaciteit vergroten, maar voor verdere opschaling zijn voorspelbare opdrachten, snellere vergunningen en digitale samenwerking nodig. Volgens Sander Braam van Platform Prefab zal over vijf jaar de helft van het mkb modules gebruiken.
De bouwsector zit midden in de transitie naar meer prefab en industrieel bouwen. Het kabinetsdoel is dat in 2030 de helft van alle nieuwbouwwoningen uit de fabriek komt. Volgens Sander Braam, manager business development bij Platform Prefab en mede-initiator van vakbeurs Prefab, is die ambitie fors, maar kan het snel gaan.
Toen de vakbeurs in 2019 begon, was minder dan tien procent van de nieuwbouw modulair, conceptmatig of industrieel vervaardigd. Inmiddels is dat meer dan twintig procent. De productiecapaciteit is beschikbaar, maar vergunningverlening, grondposities en welstandseisen remmen de versnelling. Ook bestaat er nog onwetendheid over industrieel bouwen.
Flow als sleutel tot opschaling
De opschaling hapert volgens Braam niet zozeer, maar de sector heeft tijdens de transitie te maken met groeipijnen. Er staan in Nederland genoeg fabrieken die volop in bedrijf zijn of klaar zijn voor de start. Het succes valt of staat met de flow: een constante productielijn is nodig om optimaal te kunnen produceren.
Daarvoor is continuïteit in de vraag nodig. Woningcorporaties moeten structureel orders gaan plaatsen en partijen moeten opdrachten bundelen in zogenoemde bouwstromen. In de praktijk wordt het wiel nog te vaak opnieuw uitgevonden. Elke partij vraagt zich opnieuw af wat de mogelijkheden zijn en of het ontwerp past binnen het lokale straatbeeld, de stedenbouwkundige visie en de welstandseisen. Als discussies en uitstel van projecten de constante instroom van orders blokkeren, stokt de productie. Het gebrek aan continuïteit heeft de afgelopen tijd al tot het omvallen van enkele fabriekslocaties geleid.
Het mkb kan efficiënter bouwen
Ook voor kleinere bouwbedrijven biedt prefab kansen. Een aannemer die nu gemiddeld tien woningen per jaar oplevert, kan met hetzelfde team groeien naar vijftien woningen per jaar. Het aandeel prefabtoepassingen neemt snel toe in het mkb en inmiddels zijn er nog maar weinig aannemers die nergens prefab voor gebruiken.
Het personeelstekort maakt die omslag steeds urgenter. Als een bedrijf door pensionering of vertrek minder timmerlieden heeft, kan het met kant-en-klare gevels of andere prefabonderdelen toch dezelfde hoeveelheid werk blijven verzetten. Traditioneel bouwen zal niet verdwijnen, maar bedrijven moeten wel kijken welke onderdelen van het proces, vaak het repeterende werk, ze kunnen vervangen door prefab.
Prefab-binnenwanden, betonnen casco’s en complete trappen kunnen het bouwproces aanzienlijk versnellen. Maar procesoptimalisatie vraagt om meer dan losse onderdelen sneller plaatsen. Als prefab-binnenwanden binnen een uur staan, maar medewerkers daarna uren moeten wachten op de volgende stap, gaat de winst verloren. Pas wanneer werkzaamheden goed op elkaar aansluiten, wordt het proces echt efficiënter.
Eerder samenwerken en standaardiseren
De overgang naar prefab verandert de rol van alle partijen in de bouwketen. Leveranciers moeten veel eerder aansluiten en hun productkennis al overdragen aan architecten voordat het ontwerp vastligt. Als een project al voor de helft traditioneel is ontworpen, is het kostbaar om het alsnog om te buigen naar prefab.
Ook standaardisatie is belangrijk. De vraag naar woningen blijft divers en bouwsystemen moeten ruimte bieden voor variatie, zonder dat ieder project opnieuw maatwerk wordt. Volgens Braam kan over vijf jaar zeker de helft van het mkb gebruikmaken van modules. Het aanhoudende personeelstekort, de vereiste bouwsnelheid en de noodzaak van CO₂-reductie maken die ontwikkeling steeds belangrijker. Vooral binnenstedelijk bouwen is volgens hem inmiddels bijna ondenkbaar zonder prefab.
Digitalisering als voorwaarde
Zonder digitalisering is prefab bouwen volgens Braam niet mogelijk. De hele keten, van architect tot bouwer, moet dezelfde informatie gebruiken. Omdat onderdelen in de fabriek worden geproduceerd, moeten de gegevens precies kloppen. Fouten leiden tot herstelwerkzaamheden op de bouwplaats en kunnen de voordelen van prefab tenietdoen.
Steeds vaker nemen partijen de regie over de hele keten. Een hoofdaannemer kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat iedereen binnen een project met dezelfde software werkt. Ook API’s en AI bieden mogelijkheden voor betere gegevensuitwisseling.
De stap van BIM-model naar robotgestuurde productie vraagt eveneens om een goede afweging van kosten en baten. Volledige automatisering is niet altijd noodzakelijk. Soms is micro-industrialisatie slimmer: het gericht robotiseren van specifieke onderdelen, mits de rest van de keten daarop aansluit.
Industrialisatie kent verschillende vormen, van gestandaardiseerde huizenfabrieken tot flexibele prefab-gevelbouwers. Die vormen kunnen naast elkaar bestaan en dragen allemaal bij aan het vergroten van de bouwcapaciteit. Het uitgangspunt is om vooral te industrialiseren waar dat de productietijd verkort of het aantal fouten vermindert.
Minder afval en een kortere bouwtijd
Prefab zorgt voor beduidend minder afval op de bouwplaats en leidt tot minder behoefte aan parkeerplekken, omdat bouwers minder lang en met minder personeel tegelijk werken. Ook is een bouwplaats minder lang in gebruik doordat een project sneller wordt opgeleverd.
Volgens Braam zal over vijf jaar zeker de helft van het mkb modules gebruiken. De productiecapaciteit is er, maar om die goed te benutten moet de vraag voorspelbaarder worden, moeten partijen eerder samenwerken en moet digitalisering de hele keten ondersteunen.
Bron: Cobouw - 5 oktober 2026
Foto: Unsplash

