Stampleem maakt comeback in de bouw

Leem keert terug als biobased bouwmateriaal, maar vraagt om andere regels én een andere bouwlogica
1 september 2026
4 minuten leestijd
Stampleem maakt comeback in de bouw

Bouwen met zand en klei was eeuwenlang gemeengoed totdat gewapend beton en staal hun intrede deden. Nu de bouwsector zoekt naar materialen met een lage CO2-voetafdruk, keert leembouw terug. Niet alleen als afwerking, maar ook constructief, mits architecten bereid zijn mee te bewegen met de eisen en mogelijkheden van het materiaal.

Leem is in Nederland een logisch bouwmateriaal: het is overal in onze delta aanwezig én heeft een lage CO2-voetafdruk. We hebben een rijke traditie van bouwen met gebakken en ongebakken klei. Toch lijkt leembouw in Nederland uit het collectieve geheugen gewist.

Het is een paradox: als het gaat om de dijken die twee derde van Nederland beschermen, is er weinig twijfel over de kracht en bestendigheid van zand en klei. Maar als hetzelfde materiaal een gebouw moet dragen, slaan de twijfels toe.

Meer praten dan rekenen

Om leemconstructies te kunnen rekenen, ontbreekt een belangrijke basis: een Eurocode voor leembouw. Zonder norm geen rekenwaarde en zonder rekenwaarde geen vergunning. Een testfase om erkende rekenwaarden te krijgen is vaak lang en kostbaar, zeker bij grotere projecten.

Zo werkte Studio Nauta met bestaande rekenwaarden aan het ontwerp van de nieuwe noordentree van Station Zwolle. Daar worden vier grote stamplemenkolommen toegepast die de houtbouw erboven dragen. Constructeur Diederik Veenendaal combineerde rekenregels uit de dijkenbouw met een aardemengsel dat al getest is op sterkte en stijfheid.

Volgens Veenendaal zijn de technische mogelijkheden er al, maar wordt leembouw nog vaak met argwaan bekeken. Daardoor is hij voor leembouwprojecten meer aan het praten dan aan het rekenen.

In Zwitserland is leembouw al verder opgeschaald. Daar realiseerden onder meer Herzog & De Meuron en Boltshauser Architekten gebouwen met stampleem. Veenendaal ziet de uitdaging in Nederland daarom niet in de techniek, maar in het daadwerkelijk realiseren van projecten. Zijn verwachting: over tien jaar is leem hier helemaal ingeburgerd.

Eurocode leembouw

Een belangrijke mijlpaal zou een Eurocode voor leembouw zijn. De Europese toetsingsprocessen duren alleen lang. Ook zonder Eurocode zijn er mogelijkheden om werken met leem in Nederland op te schalen, bijvoorbeeld door te kijken naar Zwitserland en Duitsland.

In beide landen wordt meer gewerkt met praktische kennis, vuistregels en vergelijkbare normeringen. Constructies worden op projectbasis beoordeeld en er is meer vertrouwen in technische onderbouwing en kennisontwikkeling.

Net als houtbouw

Scepsis doorbreken levert weerstand op, maar de ontwikkeling van houtbouw laat zien dat het goed mogelijk is. Nog maar tien jaar geleden was er veel weerstand tegen houtbouw vanwege twijfels over brandveiligheid, regelgeving en schaalbaarheid. Inmiddels zijn houten draagconstructies ook in Nederland gemeengoed.

Net als hout heeft leem veel duurzaamheidsvoordelen. Door de aanscherping van de BENG-eisen en de aangepaste rekenmethode NTA 8800 zal de vraag naar biobased materialen naar verwachting stijgen.

Leem is dampopen, isolerend en honderd procent herbruikbaar. Voor de toepassing zijn geen specialistische technieken nodig, mits twee belangrijke voorwaarden in acht worden genomen: stampleem heeft een stevige, betonnen fundering nodig en een dakoverstek is noodzakelijk.

Het materiaal kan worden versterkt met cement of kalk, maar daarmee neemt ook de milieubelasting toe en wordt het minder dampopen en minder goed te recyclen.

Bouwlogica

De toenemende vraag naar biobased bouwmaterialen roept een nieuwe vraag op: moeten materialen zich aanpassen aan de huidige bouwlogica? Of moet de bouwlogica zich aanpassen aan de eigenschappen van materialen?

Leembouw draait uiteindelijk niet alleen om materiaaltechniek, maar ook om ontwerpkeuzes. Bouwen met leem kan een heel eigen esthetiek opleveren en wordt door steeds meer architecten omarmd.

Dat schept een nieuw perspectief voor architecten en maakt van stampleem een aantrekkelijk alternatief voor beton. Het kan intuïtief worden toegepast, aangepast en gerecycled. Constructief gedraagt het zich vergelijkbaar met ongewapend beton of traditioneel metselwerk, maar zonder de hoge CO2-last. Het kan veel drukkracht aan, maar weinig trekkracht. Juist door het gebrek aan staal kunnen ruwe materialen bovendien veel langer meegaan.


Bron: de Architect - 2 juli 2026
Foto: Kapel van de Verzoening in Berlijn (muur van stampleem) - Google Maps