Ymere maakt circulair bouwen standaard

De Lente-akkoord koploper richt zich op industriële processen, prefab en ketensamenwerking
27 januari 2026
3 minuten leestijd

In de serie 'In gesprek met' delen Lente-akkoord koplopers hun ervaringen met circulair en industrieel bouwen. In deze editie staat woningcorporatie Ymere centraal, die verkent hoe ketensamenwerking en nieuwe processen kunnen bijdragen aan continuïteit in de woningbouw.

Lente-akkoord koploper Ymere ontwikkelt en verhuurt woningen in de Metropoolregio Amsterdam en is actief binnen het team Concept + Kwaliteit. Dit team heeft de blik op nieuwe projecten, werkt procesoverstijgend en stuurt op de juiste keuzes voor goed te beheren en te verhuren gebouwen. Daarbij staat continuïteit centraal. Dat is een uitdaging, omdat de woningnood en de schaarste aan mensen, materiaal en middelen groot blijven. Tegelijkertijd nemen de eisen rond klimaatbestendigheid en biodiversiteit toe.

Circulair en industrieel bouwen zijn middelen om die continuïteit te waarborgen. Als opdrachtgever heeft Ymere een sturende en initiërende rol, onder meer door het formuleren van heldere opdrachtomschrijvingen en door te zorgen dat alle betrokkenen weten wat er van Ymere wordt gevraagd binnen een industrieel bouwproces. Dat vraagt om andere beslismomenten, een andere financiering van het productieproces en kennis over het proces. Veel kan anders, maar daar is weinig tijd voor. Dit besef is nog niet overal in de keten doorgedrongen en moet door de hele keten gedragen worden, van gemeenten en ontwerpers tot leveranciers.

Een belangrijke uitdaging ligt in de procedures. Afspraken tussen opdrachtgever en bouwer zijn vaak snel te maken, maar kaders, kavelpaspoorten en besluitvorming kosten tijd. Voor echte versnelling zijn alle pijlers nodig, ook omdat producenten continuïteit nodig hebben om fabrieken draaiende te houden. De beweging is nog fragiel: er zijn relatief weinig projecten en veel concurrentie, wat samenwerking bemoeilijkt. Tegelijkertijd hoort die dynamiek bij een transitie.

Oplossingen worden niet alleen binnen de eigen sector gezocht. Door te kijken naar andere branches, zoals industrieel ontwerp, wordt onderzocht welke denkwijzen en werkwijzen te adopteren zijn. De transitie biedt bovendien kansen voor architectuur, waarin assemblage, losmaakbaarheid en aanpasbaarheid samenkomen en de architect weer een regisserende rol speelt.

Binnen Ymere zijn meerdere projecten waarin deze aanpak zichtbaar wordt. Brasa Village, gerealiseerd binnen de NH Bouwstroom, laat zien dat flexwoningen ook als een regulier buurtje kunnen aanvoelen. In Overhoeks zijn in grote mate geprefabriceerde gebouwen gerealiseerd, waarbij efficiëntie samengaat met architectonische kwaliteit. In Haarlem en Buiksloterham wordt gewerkt aan grotere projecten met houtbouw, modulaire systemen en prefab casco’s, waarbij ook wordt onderzocht welke ontwerpkeuzes de grootste impact hebben op CO₂-reductie.

Tot slot wordt benadrukt dat hergebruik en losmaakbaarheid niet lukraak moeten worden toegepast, maar in relatie tot de levensduurcyclus van gebouwen. Gebouwen worden ontworpen voor een lange levensduur, terwijl onderdelen zoals keukens en badkamers veel vaker worden vervangen. Door ontwerp en losmaakbaarheid hierop af te stemmen, kunnen verbouwingen efficiënter en sneller plaatsvinden, met minder overlast voor bewoners.

Lees het interview met Irene Ponec en Hugues Houlmann van Ymere op de website van het Lente-akkoord.


Bron: Lente-akkoord - 16 december 2025
Foto: Irene Ponec en Hugues Houlman via Lente-akkoord