Woningnood vraagt om anders denken
Niet alleen nieuwbouw, maar ook hergebruik van ruimte en zorg voor gemeenschappen bieden perspectief

In het debat over de woningnood gaat het vaak over aantallen: hoeveel woningen, hoe snel en door wie. Volgens rijksbouwmeester Francesco Veenstra raakt door die focus op cijfers het grotere geheel uit beeld. Volkshuisvesting is volgens hem geen rekensom, maar een relationele opgave, gericht op zorg voor gemeenschappen en toekomstige generaties.
Veenstra pleit voor een andere kijk op ruimte: niet als bezit of optelsom van claims, maar als gemeenschappelijk goed. Gebouwen zijn geen neutrale stapels stenen, maar het resultaat van menselijke keuzes en gedeelde verantwoordelijkheden. Hij verwijst daarbij naar Bologna, waar al in de twaalfde eeuw boven bestaande straten werd gebouwd en ruimte werd gedeeld. Schaarste, stelt hij, is vaak geen tekort aan ruimte, maar een tekort aan ideeën.
Die gedachte is relevant voor Nederland, waar volgens cijfers van het CBS bijna achttien miljoen vierkante meter structureel leegstaat, goed voor een zeer groot aantal potentiële woningen. In plaats van uitsluitend in te zetten op nieuwbouw, kan transformatie van bestaand vastgoed een belangrijke rol spelen in het oplossen van de woningcrisis.
Leegstaande kantoren, winkels en bedrijfshallen bieden kansen, mits er creativiteit, ontwerpkracht en politieke wil is. Deze aanpak speelt niet alleen in op de woningvraag, maar gaat ook duurzamer om met de bestaande ruimtelijke structuur.
Anders bouwen betekent daarmee ook anders kijken: naar hergebruik, naar sociale impact en naar de lange termijn. Zo ontstaat niet alleen meer woonruimte, maar ook meer leefruimte.
Bron: Vastgoed Insider - 29 december 2025
Foto: Unsplash

