Woningen uit de fabriek: versnellen kan alleen met betere ruimtelijke kwaliteit

Groningse stadsbouwmeesters pleiten voor een andere volgorde: begin bij de stad, niet bij het bouwsysteem
23 juni 2026
3 minuten leestijd
fabrieksmatig bouwen

De druk om snel woningen te bouwen leidt steeds vaker tot industriële en conceptuele bouw. Maar volgens de stadsbouwmeesters van Gemeente Groningen dreigt het debat te veel te draaien om snelheid en aantallen, en te weinig om de kwaliteit van de stad. In hun essay stellen zij dat de vraag niet moet zijn hóe we bouwen, maar wat de stad en haar bewoners nodig hebben.

In hun essay Woningen uit de fabriek? Of niet? waarschuwen stadsbouwmeesters Ben van der Meer en Michiel van Driessche dat het debat over fabrieksmatig bouwen zelf ook “fabrieksmatig” dreigt te worden. Hun kernpunt: begin niet bij het bouwsysteem, maar bij stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit.

Volgens hen is de huidige discussie te veel vernauwd tot snelheid en aantallen, terwijl de plek waar woningen landen centraal zou moeten staan. Dat sluit aan bij hun pleidooi dat stedenbouw en ruimtelijke ordening leidend moeten zijn, niet kostenreductie of productie-efficiëntie.

Volgorde in het proces moet om

Een belangrijk knelpunt is volgens hen de volgorde in het planproces. “In plaats van bij de plek beginnen we bij het systeem”, stellen zij. Daardoor komt de stedenbouwkundige context vaak te laat in beeld, wat leidt tot spanningen in de uitwerking van projecten.

Zij pleiten daarom voor een omkering: begin bij het woonmilieu en de stad waarin de woningen landen. Dat kan de bestaande stad zijn, maar ook nieuwe gebieden met verschillende dichtheden, van stedelijk tot groenstedelijk.

Daarnaast constateren zij dat samenwerking te gefragmenteerd is en dat stedenbouw, beleid en conceptontwikkelaars te weinig samen optrekken. Daardoor ontstaat het risico dat fabriekswoningen onvoldoende aansluiten op hun omgeving.

Risico op standaardisering zonder context

Volgens Van der Meer en Van Driessche leidt de huidige praktijk soms tot een ongewenst patroon. Fabriekswoningen worden niet altijd ontworpen vanuit de opgave en de plek, maar vanuit het systeem.

Het gevolg kan zijn dat woningen ontstaan die onvoldoende passen in hun stedenbouwkundige context. Zij waarschuwen dat dit de woonkwaliteit kan verminderen en zelfs kan leiden tot “karakterloze woningen” die het woongeluk niet vergroten.

Zes principes voor beter ontwikkelen

Vanuit hun analyse formuleren zij zes principes voor de toekomst van woningbouw:

  1. Begin bij de stad, niet bij het systeem
  2. Ontwerp stedenbouw en fabriek tegelijk
  3. Werk altijd in integrale teams
  4. Behoud hybride bouw als kwaliteitstool
  5. Veranker ontwerpkwaliteit in de opdracht
  6. Geef corporaties een sturende rol in de bouwopgave

Volgens hen moeten partijen vanaf het eerste moment samen optrekken, zodat stedenbouw, architectuur en industrialisatie elkaar versterken in plaats van tegenwerken.

Woning als onderdeel van de stad

Tot slot benadrukken de bouwmeesters dat woningen niet te vergelijken zijn met industriële producten. Een woning staat langdurig in een straat en heeft een directe relatie met de openbare ruimte.

Waar een auto een gesloten systeem is, is een woning dat niet. Ze maakt onderdeel uit van de stad en vraagt daarom om voortdurende aandacht voor context en kwaliteit. Zoals zij stellen: die omgeving vraagt steeds opnieuw om ontwerpers en besluitvorming die de plek serieus nemen.


Bron: Gemeente Groningen - 15 juni 2026
Foto: Gemeente Groningen - v.l.n.r. Michiel Van Driessche en Ben van der Meer