Woningbouw sluit onvoldoende aan op echte vraag

Meer behoefte aan eengezinswoningen en groene woonmilieus dan huidige plannen laten zien
10 april 2026
2 minuten leestijd
beleid

Het woningbouwbeleid sluit volgens brancheorganisaties en onderzoekers niet goed aan op de feitelijke woonvraag. De vraag is breder en diverser dan vaak in beleid wordt aangenomen, wat gevolgen heeft voor de verdeling van woningtypen en woonmilieus.

‘We sturen nog te vaak op papieren werkelijkheden’, stelt de sector, waarbij wordt benadrukt dat de praktijk leidend zou moeten zijn en beleid beter moet aansluiten op de échte woonbehoefte.

Volgens onderzoek draait woonbehoefte niet alleen om voorkeuren, maar ook om betaalbaarheid en feitelijk gedrag. Dat leidt tot een genuanceerder beeld van de woningvraag. Er worden drie manieren onderscheiden om hiernaar te kijken: op basis van zoekprijs, bestedingsruimte en verhuisgedrag. Afhankelijk van deze benadering ligt het tekort in betaalbare segmenten tussen grofweg 53 en 75 procent. Tegelijk wordt geconcludeerd dat bouwen in duurdere segmenten wel doorstroming kan stimuleren, maar het tekort aan betaalbare woningen niet automatisch oplost.

Uit analyses blijkt daarnaast dat de nieuwbouwvraag breder is dan vaak wordt aangenomen. Ongeveer de helft van de vraag bestaat uit eengezinswoningen, oplopend richting 56 procent in de komende jaren, terwijl huidige plannen uitgaan van een veel lager aandeel. Ook is de vraag naar groene woonmilieus hoog, terwijl plannen vooral stedelijk zijn ingericht.

Daarnaast vormen starters en doorstromers het grootste deel van de woningvraag, terwijl senioren een relatief klein aandeel hebben. Doorstromers zoeken daarbij vaak eengezinswoningen, waardoor een sterke focus op appartementen niet goed aansluit op de vraag en mogelijk de doorstroming beperkt.

Ook het investeringsklimaat speelt een rol. Er wordt gesteld dat middenhuurprojecten sterk worden overtekend, maar dat fiscale maatregelen en huurregulering het investeringsklimaat hebben verslechterd. Volgens betrokken partijen is verbetering nodig om verschillende woningtypen weer voldoende van de grond te krijgen.

Verder wordt gewezen op de onderschatting van de vraag naar midden- en duurdere woningen. Wanneer wordt gekeken naar bestedingsruimte, kunnen woningzoekenden vaak meer uitgeven dan het beleid veronderstelt. Daardoor wordt de vraag naar duurdere koop- en huurwoningen mogelijk te laag ingeschat, terwijl juist deze segmenten doorstroming kunnen bevorderen.

De conclusie is dat woningbouwprogrammering flexibeler moet worden ingericht, met meer aandacht voor woningtype, prijssegment en woonmilieu. Volgens betrokken partijen kan alleen zo beter worden aangesloten op de werkelijke vraag en kan het woningtekort sneller worden teruggedrongen.


Bron: Stadszaken - 23 maart 2026
Foto: Unsplash