Slimmer bouwen onder druk

Standaardisatie en samenwerking maken de bouwsector sneller, betaalbaarder en duurzamer
12 januari 2026
2 minuten leestijd
bouwsystematiek
fabrieksmatig bouwen

In de bouwsector worden duurzaamheidsambities steeds vaker naar beneden bijgesteld door druk op kosten, tijd en capaciteit. Dat geldt niet alleen voor infrastructuur, maar in toenemende mate ook voor de woningbouw. Toch kan juist die druk een kans zijn om anders te bouwen: slimmer, sneller en duurzamer. Volgens PwC‑experts Marjon Scholten en Wendy van Tol hoeven betaalbaarheid en duurzaamheid elkaar niet uit te sluiten.

De Nederlandse infrasector staat onder druk. Bruggen, wegen en dijken moeten worden vernieuwd, het energienet moet worden uitgebreid en waterveiligheid vraagt om forse investeringen. Tegelijkertijd zijn budgetten beperkt, stijgen bouwprijzen en is technisch geschoold personeel schaars. Het gevolg is dat duurzaamheidseisen regelmatig worden afgezwakt om projecten binnen budget te houden.

Daardoor winnen kortetermijnbelangen het van langetermijnwaardecreatie. Dat is volgens Van Tol een gemiste kans: juist duurzaamheid kan helpen om goedkoper en efficiënter te bouwen, mits het slim wordt aangepakt.

Standaardisatie als hefboom

Een van die slimme aanpakken is standaardisatie. Door te werken met standaardmaterialen, gestandaardiseerde ontwerpen en seriële werkwijzen voor vergelijkbare projecten wordt het mogelijk om prefab te schalen, sneller te bouwen, faalkosten te verlagen en materialen beter te hergebruiken.

De bouwsector is gewend om voor elk project iets unieks te maken. Standaardisatie maakt het echter mogelijk om sneller en duurzamer te bouwen, zonder concessies te doen aan betaalbaarheid en kwaliteit.

Een voorbeeld uit de praktijk

Heijmans past deze aanpak al toe. Binnen het bedrijf wordt sterk ingezet op offsite assemblage en industrialisatie. Steeds meer infra-onderdelen worden onder gecontroleerde omstandigheden geproduceerd op eigen locaties. Dat leidt tot minder faalkosten, hogere kwaliteit en kortere bouwtijden, maar ook tot minder transportbewegingen, minder verspilling en een lagere CO₂-uitstoot.

De ambitie is om in 2030 minstens de helft van de bovengrondse infrastructuur prefab te realiseren. Door te werken met modulaire standaarden kan sneller, veiliger en duurzamer worden gebouwd, terwijl de infra-opgave uitvoerbaar blijft bij toenemende druk op mensen en middelen.

Samenwerking als voorwaarde

Standaardisatie werkt alleen als alle partijen in de keten meebewegen. Als één schakel vasthoudt aan maatwerk, stokt het proces en blijven kansen liggen. Opdrachtgevers moeten sturen op standaarden in plaats van unieke specificaties, terwijl bouwers en toeleveranciers gezamenlijk moeten investeren in gestandaardiseerde materialen en ontwerpen.

Ook relevant voor woningbouw

Hoewel deze principes zijn beschreven vanuit de infrasector, zijn ze één-op-één toepasbaar op de woningbouw. Ook daar zorgen stijgende kosten, personeelstekorten en lange doorlooptijden voor druk op projecten, met het risico dat duurzaamheidsambities worden afgezwakt. Woningbouw leent zich bij uitstek voor standaardisatie, prefab en modulaire concepten. Door sectorbreed samen te werken en te sturen op herhaalbare oplossingen in plaats van project-specifiek maatwerk, kunnen schaalvoordelen worden benut en wordt duurzaam bouwen ook in de woningbouw sneller, betaalbaarder en beter opschaalbaar.


Bron: Consultancy.nl - 6 januari 2025
Foto: Unsplash