Opinie: Industrialisatie is geen beleidskeuze: het is onvermijdelijk

Het lijkt goed nieuws. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Elanor Boekholt-O'Sullivan, laat de Tweede Kamer weten dat industrialisatie van de woningbouw wordt versneld om de ambitie van 100.000 woningen per jaar te halen. Maar achter dat optimisme schuilt een ongemakkelijke waarheid: we onderschatten namelijk structureel hoe kwetsbaar de industriële bouwketen op dit moment is.
Wie alleen naar de cijfers kijkt, ziet groei en potentie. Het aandeel industrieel gebouwde woningen neemt toe. Dat kan de bouw betaalbaarder, duurzamer en productiever maken. Maar fundamentele problemen bedreigen de opschaling en dreigen te verergeren.
Invest-NL en De Bouwcampus hebben voor het Innovatie- en Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP) de knellingen in de opschaling van industriële bouw onderzocht. Conclusie: industriële bouwers opereren in een systeem dat niet voor hen is ontworpen. Dat levert structureel een ongelijk speelveld op, waarin afnemers nog vaak voor traditionele bouwmethoden kiezen.
Zo zijn betalingsschema’s gebaseerd op de voortgang op de bouwplaats, terwijl industriële bouwers voortgang in de fabriek maken en op de bouwplaats assembleren. Vergunningstrajecten zorgen voor onvoorspelbare orderstromen, waar automatisering en industrialisering pas bij volume en voorspelbaarheid vruchten afwerpen. En financiering blijft achter, omdat risico’s niet goed zijn belegd. Het gevolg: liquiditeitsdruk, achterblijvende productie en in sommige gevallen zelfs faillissementen.
Daarbij komt dat marktomstandigheden verslechteren. Stijgende rente en inflatie drukken op de investeringsruimte. De Autoriteit Woningcorporaties waarschuwt inmiddels dat corporaties hun bouw- en verduurzamingsafspraken niet kunnen nakomen. Opdrachtgevers vallen daarbij terug op traditionele bouw, omdat deze bekend, ogenschijnlijk beheersbaar en minder spannend lijkt. Maar dat is schijnzekerheid. De sector loopt inmiddels keihard tegen grenzen aan: personeelstekorten, stikstofbeperkingen en concurrentie met andere maatschappelijke opgaven. Wie nu kiest voor ‘veilig’, loopt straks vast. Maar ook om voor opgaven als Defensie, funderingsproblemen en netcongestie nog voldoende arbeidskrachten te hebben.
Industriële bouw is cruciaal om enig woningtekort op te lossen. Maar als we industriële bouw overlaten aan het ongelijke speelveld waarin ze nu moeten werken, ontstaat precies het tegenovergestelde van wat nodig is: overcapaciteit nu en tekorten wanneer innovaties tot versnelling leiden. Investeerders en ondernemers zijn terughoudend om te investeren in industrialisatie en conceptontwikkeling. Ze dekken liever risico’s af en houden de vaste lasten relatief laag om te kunnen sturen naar de grillen van de vraag. Industriële bouw vraagt om continuïteit en vraagstabiliteit die investeringen in fabrieken en innovatie rechtvaardigt. Dat gebeurt echter niet vanzelf.
Daarom ligt er een duidelijke rol voor het Rijk om te investeren in een gelijk speelveld. Denk aan het afdekken van vergunningsrisico’s, het faciliteren van werkkapitaal en het aanpassen van waarborgsystemen die nu nog op traditionele bouw zijn ingericht. Binnen het Innovatie- en Opschalingsprogramma (IOP) werken Invest-NL en De Bouwcampus samen aan het vormgeven van concrete voorstellen hiervoor.
De woningbouwopgave is te groot om af te wachten tot de markt het oplost. Bovendien veroorzaakt ons publieke systeem een belangrijk deel van de onzekerheid, waar industriële bouwers de grootste gevolgen van ondervinden. Zonder ingrijpen dreigt industriële bouw precies op het moment dat we het nodig hebben terug te vallen. En dat kunnen we ons simpelweg niet veroorloven.
Cheimaa Aouni is strategisch vastgoedexpert. Jente Waal is jurist en econoom. Ze werken voor De Bouwcampus aan de transitie van de woningbouw.
