Het woonprobleem van Nederland

Woningcorporaties draaien verlies op nieuwbouw en de markt ligt aan banden; versnelling van de woningbouw blijft uit
26 augustus 2025
3 minuten leestijd
beleid
woningcorporaties

De woningmarkt staat bovenaan de zorgenlijst van Nederlanders. Voor starters is huisvesting onbereikbaar. Politieke partijen beloven al jaren versnelling, maar de praktijk blijft achter.

GroenLinks-PvdA pleit voor een herinvoering van volkshuisvesting: de woningbouw moet niet langer afhankelijk zijn van commerciële winst. Zij willen dat ook mensen met een modaal of hoger inkomen toegang houden tot sociale huur, zodat wijken gemengd blijven.

Maar de realiteit: in Amsterdam stonden in 2023 122.500 actieve woningzoekenden ingeschreven, terwijl er slechts 8.493 sociale woningen werden verhuurd. Toch beloven partijen tienduizenden nieuwe sociale woningen per jaar. In de praktijk bleef de productie de afgelopen tien jaar steken rond 15.000 woningen per jaar, met een voorlopig hoogtepunt van 18.510 in 2024.

Veel beloften blijken niet haalbaar. Corporaties plannen ambitieuze aantallen, maar vaak zonder bouwvergunning. Ministeries en corporaties hebben doelen steeds verschoven: de afspraak om 30.000 woningen per jaar te bouwen, geldt nu pas vanaf 2029.

Betaalbaar versus kostendekkend

De kern van het probleem ligt in het begrip 'betaalbare woning'. Huren in de sociale sector worden bepaald door inkomens, niet door de werkelijke kosten van bouwen. Daardoor kost een nieuwe sociale huurwoning gemiddeld 270.000 euro om te bouwen, terwijl de huurinkomsten dit niet dekken. Corporaties draaien structureel verlies op nieuwbouw.

Ook stijgende bouwkosten en hoge kwaliteitseisen verergeren dit probleem. Waar sociale huur ooit kostendekkend kon worden gebouwd, betekent het nu dat corporaties op bijna elk project verlies lijden.

De rol van de overheid

In de jaren '70 en '80 bouwden corporaties jaarlijks tienduizenden woningen. Toen bepaalde de overheid: als er meer gebouwd werd, betaalde zij ook meer. Tegenwoordig werkt het omgekeerd: huurmatiging levert de schatkist juist geld op, via lagere huurtoeslag.

Het verschil: vroeger werden tekorten opgevangen met objectsubsidies, nu ligt de rekening bij corporaties zelf. Zij moeten investeren in nieuwbouw en verduurzaming, terwijl hun inkomsten achterblijven.

Markt en regulering

Ondertussen wordt marktgedreven woningbouw vaak bemoeilijkt door strenge regulering. In Amsterdam moet 80 procent van de nieuwbouw 'betaalbaar' zijn, wat betekent dat projecten verlieslatend worden. Het resultaat: veel minder bouwvergunningen dan nodig.

Institutionele beleggers nemen tegenwoordig genoegen met bescheiden rendementen, maar wanneer ook hun mogelijkheden worden beperkt, droogt de bouwproductie verder op.

Conclusie

Iedereen wil betaalbare woningen, maar niemand wil de rekening betalen. Corporaties worden overladen met taken, terwijl de markt steeds verder aan banden ligt. Zo ontstaat een systeem waarin sociale huur niet meer kostendekkend is en commerciële bouw niet meer loont. Zolang onduidelijk blijft wie de rekening draagt, worden er vooral luchtkastelen gebouwd en nauwelijks woningen.


Bron: De Correspondent - 12 augustus 2025
Foto: Unsplash