Europese steden zoeken oplossingen voor woningcrisis

In Nederland komt de aanbodzijde maar niet van de grond en ook andere landen hebben moeite met flexibele toegang tot geschikte woonruimte. Welke maatregelen nemen zij?
Barcelona pakt de woningnood aan met rigoureuze maatregelen. Toeristische verhuur wordt vanaf 2028 volledig verboden: sinds 2024 worden geen nieuwe vergunningen meer afgegeven en bestaande vergunningen verlopen automatisch binnen vier jaar. Toch blijft slechts 2 procent van de woningen tot het sociale huursegment behoren. Een beleidsplan belooft vanaf 2026 meer betaalbare woningen, maar zonder harde quota voor sociale huur.
Parijs heeft de doelstelling van 25 procent sociale huur gehaald en streeft naar 40 procent in 2035. Voor middeninkomens werd eind 2024 het Fonds voor Betaalbare Woningen opgericht, waarmee jaarlijks circa 350 woningen worden gerealiseerd tegen prijzen die minstens 25 procent onder het markttarief liggen.
Ook Boedapest is actiever geworden. De stad lanceerde een gemeentelijk woningbureau als centraal loket voor woningzoekenden en kwetsbare huurders. Ondanks dat sociale huur slechts 2 procent van het totaal is, probeert men oplossingen te vinden, zoals renovatie van leegstaande panden met EU-geld.
Dublin zet in op het opkopen van bewoonde woningen via ‘tenant-in-situ’-constructies om uitzetting te voorkomen. Het nieuwe woonplan bevat ambitieuze bouwdoelen, maar harde garanties voor betaalbare huur ontbreken.
Berlijn verlengde de Mietpreisbremse, die sinds 2015 de huurprijs bij nieuwe contracten beperkt, tot eind 2029. Nieuw is een gemeentelijke hulplijn waar huurders hun huurprijs kunnen laten controleren.
Londen ziet huizenprijzen licht dalen door hoge hypotheekrentes, maar de huren stijgen. Een huurplafond is voorlopig politiek onhaalbaar, dus richt de stad zich op snellere bouwprocedures en versoepeling van regels.
Bron: Vastgoed Insider - 30 december 2025
Foto: Unsplash / Nora Jane Long

