Amersfoort versnelt flexwonen met 'ja, mits'-aanpak

De gemeente faciliteert ontwikkelaars en corporaties en wil tot 2029 jaarlijks 200-250 flexwoningen mogelijk maken
23 januari 2026
2 minuten leestijd
woningcorporaties

De gemeente Amersfoort kiest voor een faciliterende rol bij de realisatie van flexwoningen en laat de uitvoering over aan ontwikkelaars, woningcorporaties en andere initiatiefnemers. De stad zegt sneller ja tegen kansrijke locaties, mits deze ruimtelijk en financieel haalbaar zijn. Met transformatie van leegstaand vastgoed en tijdelijke bouw op beschikbare locaties wil Amersfoort tot 2029 jaarlijks 200 tot 250 flexwoningen mogelijk maken.

De koerswijziging is ingegeven door de urgentie op de woningmarkt. Amersfoort kampt met een forse achterstand in de huisvesting van statushouders en ziet dat ook andere spoedzoekers en jongeren steeds moeilijker een woning vinden. Waar de gemeente eerder terughoudend was met flexwoningen en de focus lag op structurele woningbouw, is die lijn losgelaten.

De gemeente zet in op een productie van 200 tot 250 flexwoningen per jaar in 2026, 2027 en 2028, goed voor maximaal 750 woningen. Ook met deze aantallen wordt de volledige urgentieopgave niet opgelost, maar flexwonen geldt als noodzakelijke aanvulling op de reguliere woningbouw.

Op korte termijn ligt de nadruk op de transformatie van bestaand vastgoed, omdat dit relatief snel woningen kan opleveren. Daarnaast worden lege of tijdelijk beschikbare terreinen benut voor verplaatsbare woonunits.

Amersfoort werkt bewust zonder vaste voorkeurslocaties. De aanpak is organisch: zodra zich een kans aandient, onderzoekt de gemeente of een locatie geschikt is. Daarbij blijven participatie en bestuurlijke betrokkenheid uitgangspunt. Omwonenden worden betrokken zodra een locatie haalbaar lijkt en de gemeenteraad wordt actief geïnformeerd. Flexwoningen zijn daarmee geen snelle ingreep buiten de procedures om, maar een tijdelijk instrument binnen duidelijke kaders om de woningnood te verlichten.


Bron: Stadszaken - 12 januari 2026
Foto: Denise Jans (Unsplash)