Prefabwoningen helpen bij woningtekort, maar randvoorwaarden blijven knelpunt

Het kabinet wil dat de helft van de nieuwbouwwoningen uiteindelijk in de fabriek wordt gebouwd. Prefab kan sneller en goedkoper bouwen, maar opschaling vraagt om meer continuïteit en eenvoudigere procedures.
Nederland wil tot 2030 in totaal 900.000 nieuwe woningen bouwen. Een van de maatregelen uit het Actieplan Versnelling Woningbouw is het bouwen van meer prefabwoningen. Een prefabwoning is een huis waarvan de onderdelen vooraf in een fabriek of werkplaats worden gemaakt en vervolgens op de bouwplaats worden gemonteerd.
Het kabinet wil de procedures en controles op kwaliteitseisen versimpelen, zodat nieuwbouwprojecten sneller kunnen worden opgestart. Ook wil het meer zekerheid over de afzet van prefabwoningen, zodat producenten beter weten welke investeringen nodig zijn.
Continuïteit nodig voor opschaling
Volgens Joost Puttensteijn van SH Wonen is er momenteel nog te weinig continuïteit in de aantallen prefabwoningen. Als een fabriek het ene jaar tweehonderd woningen kan maken en het volgende jaar maar zestig, wordt investeren in uitbreiding onaantrekkelijk.
Ook Peter Boelhouwer, hoogleraar Housing Systems aan de TU Delft, ziet het verminderen van vergunningseisen als een belangrijke stap. Een fabriek moet blijven draaien, omdat planningswijzigingen in het verleden al tot faillissementen hebben geleid.
Momenteel is zo’n 20 procent van de woningen prefab. Een stijging naar 50 procent is volgens Boelhouwer fors, maar nodig vanwege het grote woningtekort. Prefab bouwen heeft volgens hem meerdere voordelen. Het is makkelijker op te schalen en er is minder gespecialiseerd personeel nodig. Ook hebben weersomstandigheden minder invloed op de productie, omdat een groot deel van het werk in de fabriek plaatsvindt.
Verschillende eisen gemeenten
Industrieel bouwen kent ook knelpunten. Ruben Heezen van Bouwend Nederland wijst op de verschillende eisen die gemeenten stellen aan industrieel gebouwde woningen. De ene gemeente vraagt bijvoorbeeld meer biobased materialen, terwijl een andere gemeente daar andere eisen aan stelt.
Daardoor is het lastig om een fabriek efficiënt in te richten en op te schalen. Juist het voordeel van industrieel bouwen is dat het sneller kan dan bouwen op locatie, maar daarvoor moeten de randvoorwaarden wel aansluiten.
Procedures vormen struikelblok
Ook trage procedures vormen volgens Heezen een belangrijk struikelblok. Om tijdswinst te boeken, moeten vergunningen sneller worden verleend. Het kabinet noemt dit dan ook als een van de speerpunten in het actieplan.
Volgens Puttensteijn spelen vergunningen ook kostentechnisch een grote rol. Zolang procedures niet snel genoeg verlopen, is het lastig om rendement te behalen met industrieel bouwen. Snellere procedures en een langetermijnvisie zijn volgens hem nodig om de continuïteit en businesscase op orde te krijgen.
Belangrijk onderdeel van de puzzel
Ondanks de kanttekeningen ziet Boelhouwer voldoende kansen voor meer fabriekswoningen. Volgens hem zijn de woningen goedkoper te produceren, ontstaat er minder afval en gaat het bouwproces efficiënter. Ook hoeft industrieel bouwen niet te leiden tot eenvormige woningen.
Bouwend Nederland ziet industrieel bouwen als een belangrijk onderdeel van de oplossing. Om het woningtekort aan te pakken zijn alle manieren van bouwen nodig, waaronder conventionele bouw, optoppen, splitsen en industrieel bouwen. De randvoorwaarden moeten daarvoor wel beter op orde zijn. Een industriële woning kan volgens de betrokkenen inmiddels comfort en kwaliteit bieden, maar het succes van de bouwmethode hangt ook af van de organisatie van het proces.
Bron: NU.nl - 25 september 2026
Foto: Unsplash

