Houtbouw groeit, maar productiecapaciteit blijft achter
Het aandeel houten nieuwbouwwoningen is in vijf jaar meer dan verdrievoudigd. Toch is houtbouw nog geen oplossing voor het woningtekort

Het aandeel houten nieuwbouwwoningen in Nederland steeg van 2 procent in 2020 naar 6,8 procent in 2025. Die groei wordt onder andere gedreven door strengere eisen aan de vermindering van CO₂-uitstoot. Vooral bouwen met massief hout wint aan belangstelling. Daarbij bestaan dragende wanden en verdiepingsvloeren uit hout, vaak in combinatie met beton en staal. De fundering wordt doorgaans nog van beton gemaakt.
Houtbouw kan de CO₂-uitstoot van de bouw fors verminderen. Tegelijkertijd worden ook traditionele bouwmaterialen duurzamer. Daarnaast kan de bouw verduurzamen door minder materiaal te gebruiken en bestaande materialen te hergebruiken.
Industriële houtbouw biedt kansen
Het kabinet zet met het 30-30-30-plan in op meer biobased en industrieel bouwen. In 2030 moet minstens 30 procent van de nieuwbouwwoningen voor minimaal 30 procent uit biobased materialen bestaan. Daarnaast is het streven dat vanaf 2030 de helft van de nieuwbouwwoningen industrieel wordt gebouwd.
Bij industriële houtbouw worden woningonderdelen in een fabriek gemaakt en vervolgens op de bouwplaats gemonteerd. Dat maakt het mogelijk sneller, schoner en met minder arbeidskrachten te bouwen. Volgens het Houtbouw Pact Metropoolregio Amsterdam 2026-2030 biedt deze bouwmethode daarvoor kansen. Ook het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) waarschuwt dat de komende drie jaar 73.000 arbeidskrachten nodig zijn voor woningbouw en verduurzaming.
De veranderende vraag naar woningen biedt eveneens mogelijkheden. Het merendeel van de nieuwgebouwde woningen bestaat inmiddels uit appartementen. Omdat appartementenbouw veel herhaling kent, leent deze zich voor geprefabriceerd bouwen. Standaardisatie en modulaire bouwsystemen met onder meer vloeren, kolommen, wanden en balken kunnen het bouwproces versnellen.
Opschaling blijft een uitdaging
De kosten van houtbouw liggen momenteel nog wat hoger. Het hout dat in Nederland wordt gebruikt, komt veelal uit Duitsland en Oostenrijk. Verdere standaardisatie en de ontwikkeling van productietechnieken kunnen het kostenverschil verkleinen. Ook de impact op de natuur moet volgens experts worden meegewogen bij de materiaalkeuze.
BAM Wonen wijst op de voordelen van bouwen in een fabriek. Dat leidt tot minder transportbewegingen en energieverbruik. Door de lichtheid van hout is bovendien minder kracht nodig tijdens het bouwproces. In de fabriek kan veiliger en energiezuiniger worden gewerkt en ontstaat minder verspilling.
Toch ziet Buildsight-directeur Michel van Eekert houtbouw nog niet als oplossing voor het woningtekort. Daarvoor is de productiecapaciteit onvoldoende. Verschillende fabrikanten zijn de afgelopen jaren failliet gegaan en de overgebleven werkplaatsen zijn niet altijd ingericht op snelle productie op grote schaal.
De sector heeft al moeite om jaarlijks 75.000 woningen op te leveren, terwijl het doel op 100.000 ligt. Dat vóór 2030 de helft van de woningen uit een fabriek moet komen, noemt Van Eekert daarom een grote uitdaging.
Bron: NU.nl, Houten huizen winnen terrein, maar lossen het woningtekort niet op (2 november 2026)
Foto: Building Balance
